Gepost door: Frank de Zanger | november 4, 2013

Kort verhaal: ‘Voor Altijd Carnaval’, Trinidad & Tobago

 Romans/eBoeken/Luisterboeken van Frank de Zanger zijn te verkrijgen/bestellen bij de boekhandel en bij webwinkels. Meer informatie bij Uitgeverij Tournesol: www.tournesol.nl

* * *

Trinidad & Tobago

Net terug uit Trinidad, ben ik weer eens gaan graven in oud materiaal. Vijftien jaar geleden was ik ook in Trinidad en gelukkig ondervond ik recentelijk dat het land niet wezenlijk is veranderd. Maracas Beach, het mooie strand aan de noordzijde van het eiland met de bossen uitmondend in het water, is intact gebleven. Geen hoogbouw, geen hotels; een simpel levendig strand met hoge golfslag, waar je een biertje en een ‘bake and shark’ kunt halen. De politici die elkaar in de haren vliegen; niets veranderd. Maar ook is de calypso nog levend, en de steelbands, en het carnaval. Lees hier het eerste stukje over Trinidad (er komen nog 2 hoofdstukjes met illustraties), geschreven in 1998; als of er niets is veranderd.

Uit ‘Wereld-Impressies van een Jetplane- Nomade’, Tournesol, 2000, www.tournesol.nl

Illustratie voor Altijd Carnaval

illustratie: Agnes de Zanger

 VOOR ALTIJD CARNAVAL                  Trinidad, 1998

Trinidad: Caribisch eiland voor de kust van Venezuela. Maar weinigen weten dat nog maar een paar jaar geleden een moslimgroepering daar de macht wilde grijpen. Met een pistool tegen zijn hoofd en voor de microfoon van een radiostation had de president van het eilandrepubliekje moeten zeggen dat het prima in orde was dat de jongens het overnamen. In plaats daarvan schijnt hij rustig verteld te hebben dat niemand naar de onzin van de oproerkraaiers moest luisteren. Ze hebben hem behoorlijk afgetuigd, maar de coup ging niet door. Met een bulldozer heeft de gezaghebbende regering het hoofdkwartier van de opstandelingen weggeschoven en hun leider is naar de heuvels verbannen. Zie hier hoe het komt dat er nog carnaval gevierd kan worden in Trinidad en dat er calypso’s geschreven en gezongen kunnen worden, zonder dat ze eerst worden gecensureerd.

Ook de huidige regeringsleiders – voornamelijk van Indiase afkomst – hebben wel eens moeite met een calypsotekst waarin één van hen flink onder handen wordt genomen, en waarom dan vaak héél, héél hard gelachen kan worden. Maar de calypso’s worden gezongen en er wordt gelachen. En lachen kunnen ze de inwoners van Trinidad. Ik heb het nu voornamelijk over het zwarte deel van de bevolking; zo’n dikke vijftig procent van het totaal. Zij zijn het die het carnaval dragen, de steelbands bemannen, de calypso’s componeren. De gereserveerde Indiërs (ongeveer de andere vijftig procent) en de zéér gereserveerde blanken (een paar procent van de bevolking) lopen – op dat terrein tenminste – er zo’n beetje achteraan.

Héél merkwaardig dat in de calypso’s – die humoristische, spitse, erotische, politieke, moralistische of sarcastische liederen (vaak min of meer op rijm, én op Caribisch ritme) – er grappen gemaakt worden over de zwarten zelf , de Indiërs, de ‘China-man’, maar nooit over blanken. Ze komen er gewoon niet in voor.

‘Nooit bij stil gestaan,’ reageerde een blanke Trinidees, toen ik om opheldering vroeg, ‘maar het is waar!’

Ze mogen dan niet in calypso’s voorkomen, ze zitten er soms wel bij: de toeristen uit Europa, of het handjevol adviseurs (expatriates) dat in Trinidad werkt. Zo zaten wij op de voorste rij in een van de ‘calypsotenten’, waar de weken voor carnaval per avond zo’n vijftien ‘calypsonians’ hun nieuwste calypso’s lieten horen.

De ‘master of ceremony’ zag ons zitten, en vroeg met een grote grijns op zijn gezicht:

‘Ohh … waar komen jullie vandaan?’

‘Engeland,’ zei John, die naast mij zat, als eerste.

‘En, wat doet u hier… toerist?’

‘Nee, we werken hier.’

‘Ah, u bent een EXPATRIÁÁÁÁÁÁÁÁÁÁÁÁT!!!!!!!!,‘ juichte de grote, zwarte man, en zette hierbij grote ogen op. De hele zaal lag plat van het lachen. Er volgde nog een zeer sceptische opmerking over expatriááááááááááts in het algemeen. Weer de hele zaal plat.

John was voldoende opgevallen om op toneel een calypso te mogen meezingen.

Titel van het lied: ‘WHO LET THE DOGS OUT??????‘  (let wel dit gaat over mannen!).

Op het refrein, waarin de DOGS steeds weer terugkwamen, moest – als een filosofisch antwoord – heel luid volgen: ‘WOEF!!!!!!

John deed het prima, dat WOEFEN; wel een keer of tien.

© Frank de Zanger

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: